Wanneer heb je na een ontslag recht op een werkloosheidsuitkering?

Als je na je ontslag niet dadelijk een nieuwe job vindt, kan je recht hebben op een werkloosheidsuitkering. Maar vanaf wanneer is dat het geval? En kan je ook aanspraak maken op zo’n uitkering als je zelf ontslag neemt?

Om een werkloosheidsuitkering te kunnen vragen, moet je onvrijwillig zonder arbeid vallen. Je mag bovendien ook geen loon hebben. Dat zijn alvast de grote principes. Maar wat betekent dat nu concreet?

 

Ontslag met opzegtermijn

Als je werkgever je ontslaat met naleving van een opzegtermijn en je vindt nadien niet dadelijk een nieuwe job, dan kan je recht hebben op een werkloosheidsuitkering. Je zal deze wel pas ontvangen na afloop van deze opzegtermijn.

 

En met een vergoeding?

Beëindigt je werkgever je arbeidsovereenkomst van de ene dag op de andere en betaalt hij je een opzegvergoeding uit, dan kan je ten vroegste werkloosheidsuitkeringen krijgen na de periode gedekt door de opzeggingsvergoeding. Als je de verbrekingsvergoeding waarop je recht hebt niet of slechts gedeeltelijk hebt ontvangen, kan je onder bepaalde voorwaarden voorlopige werkloosheidsuitkeringen ontvangen in afwachting dat je werkgever je de verbrekingsvergoeding alsnog betaalt.

Hetzelfde geldt overigens als je bijvoorbeeld een uitwinningsvergoeding krijgt of een vergoeding wegens de toepasselijkheid van een niet-concurrentiebeding. Ook voor de maanden die je deze vergoedingen krijgt, kan je geen werkloosheidsuitkering vragen.

 

Je geeft zelf je ontslag

Als je zelf je ontslag geeft, dan heb je normaal gezien niet onmiddellijk recht op een werkloosheidsuitkering. Je bent in dat geval nu eenmaal in principe niet onvrijwillig werkloos. In dat geval zal de RVA je uitkering gedurende een bepaalde periode schorsen. Als je kan aantonen dat je je ontslag gaf omwille van een ‘geldige reden’ (bv. een medische reden of een zware fout van je werkgever),kan de RVA beslissen dat je toch onmiddellijk recht hebt op een uitkering. 

Jan Roodhooft, advocaat