Liever een man als baas

Gepost op 13/11/2013

Tal van organisaties vechten op vandaag nog steeds voor de gelijkheid tussen mannen en vrouwen, ook op het gebied van werk en arbeidsvoorwaarden. Dat vrouwen ook leidinggevende functies kunnen uitvoeren is daar een discussiepunt van, en toch verkiezen bijna de helft van de werknemers een man als baas.

Een peiling die meer dan 2.000 mensen ondervroeg heeft als resultaat dat maar liefst 40% van de vrouwen een man willen als hun rechtstreekse baas. Een meerderheid van de mannen (51%) had echter geen voorkeur.

De ondervraagden hadden gemiddeld 2 vrouwelijke en 3 mannelijke bazen gehad. Dat 1 op de 3 al eens ontslag genomen heeft omdat het niet klikte met de baas gebeurde opvallend wel even vaak bij mannen als vrouwen. Opmerkelijk is ook dat zowel jonge werknemers als oudere werknemers de voorkeur hebben voor een man als baas.

Een mannelijke baas zou volgens werknemers redelijker zijn en minder vaak humeurschommelingen hebben. Het cliché dat vrouwen vaker deelnemen aan geroddel blijkt te kloppen en speelt ook niet in hun voordeel. 

Het is natuurlijk niet zo dat vrouwen niet over de nodige vaardigheden of kennis kunnen beschikken, enkel beschikt het merendeel niet over specifieke competenties om baas te zijn. De resultaten gelden uiteraard ook niet voor élke vrouwelijke baas, 1 op de 3 werknemers verkiezen wél een vrouw als baas.

Als het over samenwerken op de werkvloer gaat, dan is vrijwel iedereen het er unaniem over eens dat een goede mix van mannen en vrouwen zorgt voor de meeste efficiëntie. Hoe die verhouding er concreet uitziet verschilt slechts beperkt per individu.

Redenen waarom vrouwen minder goede bazen kunnen zijn:

  • vormen kliekjes
  • zijn té competitief
  • vagere grens tussen werk en privé
  • nemen vaker deel aan geroddel
  • voelen zich vlugger geviseerd of bedreigd

Redenen waarom mannen betere bazen kunnen zijn:

  • minder kans op humeurschommelingen
  • laten privéproblemen thuis
  • directe  en eerlijke communicatie 
  • kunnen gemakkelijker relativeren
  • weinig participatie bij geroddel