Last van uitstelgedrag? Deze twee mantra’s helpen je erdoor

Gepost op 10/04/2018

Uitstelgedrag is niemand vreemd. Hoe vaak gebeurt het niet dat we een lastige taak op de lange baan schuiven? Maar intussen zoemt er wel een vervelend stemmetje door ons hoofd. De Amerikaanse columniste Abby Wolfe besloot haar meest hatelijke to-do’s alsnog af te vinken. Met twee eenvoudige mantra’s lukt haar dat nog ook!

Abby Wolfe werkt als gezondheidsexperte aan een universiteit in Washington, DC. Op de populaire carrièrewebsite The Muse getuigt ze over haar uitstelgedrag en hoe ze dat weet aan te pakken.

“Zie je om de haverklap iets op je to-dolijst verschijnen waar je echt geen zin in hebt? Als je antwoord ‘ja’ is, hoef je je geen zorgen te maken. Ik worstel voortdurend met hetzelfde probleem. De afgelopen maanden bleven er bijvoorbeeld twee items op mijn lijst staan die ik actief genegeerd heb. Eén daarvan was: ‘een budgettaire planning opstellen om een subsidie te verkrijgen’. Begrijp je mij al wat beter?

Alleen nog maar aan die to-do’s denken, klinkt even leuk als luisteren naar het geluid van lange nagels over een krijtbord – en dat vijf minuten lang. Op het einde van elke werkdag, wanneer ik mezelf realiseer dat ik de to-do alweer niet heb kunnen afvinken, ontsnapt me een diepe zucht. “Goh, ik ben echt de meest onproductieve en waardeloze werknemer ooit”, denk ik dan. Niet echt een gezonde attitude op de werkvloer.

But here’s the thing. Ik moét deze taken ooit uitvoeren. Ik kan niet blijven doen alsof ze niet bestaan. Daarom heb ik een oplossing bedacht die ook echt werkt. Altijd als ik een opdracht moet uitvoeren waar ik van baal, herhaal ik twee mantra’s.

Ooit zal het voorbij zijn. Ooit zal het voorbij zijn.

Op de middelbare school zat ik in het voetbalteam. Elk jaar deden we een driloefening waarbij we het voetbalveld over en weer moesten sprinten, onder een bepaalde tijdslimiet. Een beetje te vergelijken met de beruchte beeptest op school. De oefening was vreselijk, pijnlijk, hard. Ik keek er elke keer tegenop. Maar ik wist ook dat ik ze moest doen om vooruitgang te boeken en goed te voetballen. Dus, als 14-jarige veranderde ik mijn denkpatroon. Ik ging beseffen dat, ook al was elke seconde er één te veel, de oefening uiteindelijk maar een kwartier duurde. Aan de startlijn dacht ik: ‘Oké, de komende 15 minuten ga ik afzien. Maar de tijd tikt voort en voor ik het weet, zijn we alweer 16 minuten verder.’ Ik dacht niet meer aan hoe zwaar de oefening was, alleen nog maar aan die heerlijke 16de minuut.

Moraal van het verhaal? Als je iets niet wil doen, denk dan dat er een moment komt waarop je de taak afgewerkt zal hebben. Ooit zal het voorbij zijn. Maar je moet er wel aan beginnen, eerst.

Ik ga me zoveel beter voelen als ik ervan af ben. Ik ga me zoveel beter voelen als ik ervan af ben.

Toen ik de driloefening achter de rug had, voelde ik me beresterk. Het was de befaamde runner’s high, maal tien. Ik voelde mezelf snel, krachtig, en vooral: opgelucht.

Ook al heb ik mezelf in jaren niet meer zo sportief afgebeuld, toch pas ik die houding nog altijd toe in mijn leven. Bijvoorbeeld als ik vroeger wil opstaan om voor het werk te gaan joggen, maar de snooze-knop zoveel verleidelijker lijkt. Ik weet wel heel zeker dat ik me achteraf zoveel beter ga voelen als ik mijn luie kont uit bed hijs en mijn loopschoenen strik. Daarom lukt het me ook.

Deze manier van denken is niet enkel nuttig om je sportieve doelen te bereiken. Denk zelf eens na: wat voelt beter aan het eind van de dag? Jezelf nuttig en productief voelen, en weten dat je een lastige opdracht hebt uitgevoerd, een taak die al een tijdje in je hoofd zat rond te spoken? Je zal er misschien geen runner’s high van krijgen, maar wel een ‘doorstreep die to-do voor eens en voor altijd’-high.

Dus, ga ervoor. Tackel dat project dat je al zolang probeert te ontwijken. Pak het aan en laat het daarna rusten – het zal jou, je baas en je team heel wat gelukkiger maken. Heb je het moeilijk, onthou dan gewoon deze twee zinnetjes: ‘Ooit zal het voorbij zijn’ en ‘Ik ga me zoveel beter voelen als ik ervan af ben.’

En nu moet ik me excuseren – ik heb een budget in te plannen.”

Gerlinde De Bruycker

Bron: www.themuse.com